TL;DR
De juiste bandenspanning staat in je instructieboekje of op een sticker in het portier, de tankklep of achter het zonneklepje. Meet altijd bij koude banden en controleer elke maand. Een te lage spanning kost brandstof, maakt je remweg langer en sleept de buitenranden van je band kapot. Een te hoge spanning geeft juist minder grip en slijtage in het midden.
Wat is bandenspanning?
Bandenspanning is de luchtdruk in je band, uitgedrukt in bar. Die lucht draagt het hele gewicht van de auto, inclusief passagiers en bagage. Bij de meeste personenauto's ligt de juiste waarde tussen ongeveer 1,8 en 3,2 bar.
Je banden zijn het enige contact tussen je auto en de weg, en de spanning bepaalt hoe het loopvlak op het asfalt drukt. Daarom is bandenspanning ook examenstof: het valt onder voertuigkennis en komt terug bij vragen over milieubewust rijden.
Welke bandenspanning heeft jouw auto nodig?
Er is geen algemene waarde, want elke auto is anders. De fabrikant bepaalt de juiste spanning per bandenmaat. Je vindt die op drie plekken: in het instructieboekje, op een sticker in het portier aan de bestuurderskant, of op een sticker in de tankklep of achter het zonneklepje.
Op die sticker staan meestal twee kolommen: één voor normaal gebruik en één voor een zwaar beladen auto. Ga je met vier man en volle kofferbak op vakantie, dan moet de spanning omhoog. De waarde is gelijk per as, maar voor en achter kan verschillen.
Hoe controleer je je bandenspanning?
Meet altijd bij koude banden. Tijdens het rijden warmt de lucht op en zet die uit, waardoor je een te hoge waarde afleest. Rijd dus hooguit een paar kilometer naar het tankstation, of meet thuis.
- Draai de ventieldopjes los.
- Stel de pomp in op de waarde van de sticker.
- Zet het mondstuk recht op het ventiel en druk het stevig aan tot de pomp piept.
- Draai de dopjes terug en vergeet je reservewiel niet, als je dat hebt.
Let op: de meter op een bandenpomp bij een tankstation is niet altijd nauwkeurig en geeft vaak iets te veel aan. Een eigen bandenspanningsmeter meet doorgaans preciezer.
Wat gebeurt er bij te lage bandenspanning?
Bij te lage bandenspanning worden de banden aan de zijkanten platter, waardoor de buitenranden sneller slijten en de band vanbinnen warm wordt. In het ergste geval leidt dat tot een klapband.
Daarnaast heb je meer rolweerstand nodig om vooruit te komen, dus je verbruikt meer brandstof en stoot meer uit. Je auto reageert minder goed als je stuurt, en je
remweg wordt langer.
Wat gebeurt er bij te hoge bandenspanning?
Bij te hoge spanning bolt het loopvlak op. Alleen het midden van de band raakt dan nog goed het wegdek, waardoor je contactvlak kleiner wordt en je minder grip hebt, vooral in bochten en op nat asfalt. Ook slijt de band precies in het midden.
Aan het slijtagepatroon lees je dus af wat er mis is: randen versleten betekent te weinig lucht, midden versleten betekent te veel.
Hoe vaak moet je de bandenspanning controleren?
Elke maand is een goede vuistregel. Een band verliest namelijk vanzelf 2 tot 5 procent lucht per maand, ook als er niets aan de hand is. Controleer daarnaast altijd voor een lange rit en voor je met een zwaar beladen auto op pad gaat.
Vertrouw niet blind op het waarschuwingslampje. Niet alle auto's hebben er een, en het lampje licht vaak pas op als een band meer dan 20 procent onder de vereiste spanning zit. Dan rijd je dus al een tijd verkeerd rond. Gaat het lampje branden, meet dan meteen.
Aan welke eisen moet je band verder voldoen?
Bij de
APK wordt op meer gelet dan alleen de spanning. Dit zijn de eisen die je ook op je theorie-examen kunt tegenkomen:
- De profieldiepte moet minimaal 1,6 mm zijn, in de hoofdgroeven over het hele loopvlak. Zodra de slijtage-indicatoren in die groeven meeslijten met het loopvlak, zit je op die grens.
- Het moeten luchtbanden zijn. Banden gevuld met stikstof vallen daar ook onder, massief rubberen wielen en rupsbanden niet.
- De band mag geen uitstulpingen hebben en geen beschadiging waarbij het karkas zichtbaar is. Het karkas is de laag onder het rubber die de band zijn stevigheid geeft.
- Het profiel mag niet nageprofileerd zijn: de groeven mogen niet opnieuw dieper worden ingesneden.
- De band moet in de juiste draairichting gemonteerd zijn.
- Er mogen geen metalen elementen uitsteken tijdens het rijden. Spijkerbanden, gebruikt in landen met strenge winters, zijn in Nederland dus verboden.
- Banden op dezelfde as moeten dezelfde maat hebben. Een tijdelijk nood- of reservewiel is de uitzondering.
- Het bandenspanningscontrolelampje mag niet branden.
👉 Haal je theorie in één keer
Met On My Way heb je de beste voorbereiding op je theorie-examen. Je kunt gratis beginnen, dus start vandaag nog!
✔️ Korte uitlegvideo's
✔️ 50 CBR oefenexamens
✔️ Op je telefoon, tablet of laptop